Blue eco vijverpomp.nl

Blueeco.nl Uw leverancier van blue eco vijverpompen.

energiezuinige vijverpomp. Blueeco vijverpomp. Energiebesparing, een must.

 


Dit artikel is niet bedoeld voor mensen die geen problemen hebben met een te hoge energierekening en die niets om het milieu geven. Dit artikel is wel bedoeld voor de categorie vijveraars die zich bekommert om milieu en het betaalbaar houden van de koi hobby. Zo langzamerhand wordt het voor de hobbyist steeds moeilijker om een keuze te maken in de techniek van een vijver. We worden om de oren geslagen met steeds wildere kreten als de meest zuinige, kraakhelder, ecologisch, energiebesparend, de laagste weerstand enzovoort.

 


Over het algemeen heeft een koidealer een goede kennis op het gebied van zaken die direct met koi te maken hebben maar je kunt niet verwachten dat ze overal alles van weten. Bovendien zijn er grote veranderingen in de markt gaande. Waar tot voor een paar jaar niet gekeken werd op een kilowatt meer of minder wordt hier nu toch extra aandacht aan besteed. Wat wil je ook met de huidige energieprijzen? Moeders ziet aan het einde van het jaar de jaarlijkse afrekening van de energie en slaat alarm vanwege de extra hoge kosten die rechtstreeks gerelateerd kunnen worden aan de door vaders pas nieuw geïnstalleerde vijverpomp. Ook gaat ons milieu een steeds grotere rol meespelen. Was CO2 tot voor een paar jaar geleden bij het grote publiek totaal onbekend, het is nu vaak het gesprek van de dag. En je wilt toch met je fantastische hobby niet als milieuvervuiler te boek staan? We zijn helaas wel hard op weg. Om nu eens te kijken hoe we kunnen bezuinigen en de hobby betaalbaar kunnen houden, heb ik eens een paar zaken op een rij gezet die niet alleen het milieu sparen, maar vooral ook de eigen portemonnee. Om dit te bepalen moeten we inventariseren wat er zoal een rol speelt in het totale energieplaatje van een gemiddelde koivijver. Dit is bij elke vijver anders, maar in grote lijnen komt het allemaal op hetzelfde neer.

 


1. Grootte.

2. Bezetting.

3. Verwarming.

4. Vijverfilter.

5. koivoer of visvoer.

6. Vijverpompen.

 

De grootte van de vijver.

Dit is uiteraard een persoonlijke keuze van de gebruiker zelf, echter met kleine aanpassingen kan toch veel bereikt worden. Een vijver in de zon zal eerder last hebben van draadalg en zweefalg, wat weer een extra belasting kan betekenen voor het vijverfilter. Dezelfde vijver in de schaduw zal misschien wat eerder verwarmd moeten worden. Echter, een koi is geen tropische vis, dus dat valt al weer mee. Hoe groter de vijver, hoe meer water, dus hoe meer waterbehandeling.


De visbezetting.


Zonder vis heb je in het geheel geen filter, geen verwarming en geen vijverpompen nodig. Op misschien een leuk fonteintje na heb je helemaal niets nodig. Het komt er dus in het kort op neer dat de visbezetting bepaalt hoe groot de filterinstallatie moet worden. Iets om eens lang en diep over na te denken. Eigenlijk kunnen we stellen; hoeveel energie moet ik per jaar in een vis stoppen om hem in leven te houden? Deel de jaarlijkse kosten van water en energie (elektriciteit en gas) door het aantal vissen in de vijver en je kilo vis. Het is uiteindelijk toch het aantal kilo's vis per kubieke meter wat voor de vervuiling zorgt. Hier loopt het dan ook meestal helemaal mis. Twee vissen in een vijver van 100 kubieke meter water en je hebt helemaal geen filter nodig. In feite net als in de natuur. Maar als de kleinkinderen dan juichend binnen komen als ze na uren turen een vis hebben gezien dan is dat ook niet helemaal je dat.

 


Vijververwarming.


Het blijft persoonlijk maar karpers zijn geen tropische vissen. Verwarmen kost een ongelooflijke hoeveelheid energie (lees geld) en waarvoor eigenlijk? Een koi is koudbloedig en niet (zoals wij) warmbloedig. Zorg dat je vijver voldoende diep is, zodat de koi in de winter weg kan kruipen. Laat al je vijverpompen op minimaal draaien en blijf gewoon de hele winter zoveel mogelijk met de vingers van je vijver af. Ik heb al 14 jaar koi en stop in oktober met voeren en begin weer in mei. Dat betekent dus dat ik ruim 7 tot 8 maanden niet voer. Een ieder moet dit natuurlijk voor zich weten maar het is iets om over na te denken. Ook het biofilter werkt bij koude nog amper dus waarom laten we dan al die tijd die pomp nog vol gas lopen? Meestal omdat het niet anders kan, want een beetje stroming moet er toch blijven om onze bacteriecultuur in leven te houden en de afvalstoffen (hoewel veel minder) te verwerken. Helemaal stilzetten is dus uit den boze. Met een vijververwarming lopen de energiekosten kwadratisch op, met gas verwarmen is al heel duur, elektrisch verwarmen is onbetaalbaar, dat kost nog minimaal tweemaal zoveel. Verwarmen om niet onder de kritische temperatuur van vier graden te komen kan meestal worden vermeden door de vijver goed geïsoleerd te bouwen en in de winter af te dekken. In de natuur komt een karper doorgaans niet in water onder de vier graden Celsius omdat dit water de hoogste dichtheid heeft (het zwaarst is) en naar de bodem zakt. Bij een voldoende diepe, grote vijver met de pompen op een heel laag pitje is dit mogelijk ook te bereiken, waardoor verwarming overbodig wordt en energie kan worden bespaard.

 


Filter.


Een zaak waar we bij onze vijver absoluut niet omheen kunnen. Zodra wij meer vissen gaan houden dan er in de natuur voorkomen, zullen we over moeten gaan tot het plaatsen van een biologisch filter. In feite verhogen we hiermee de oppervlakte van de vijver, waardoor meer bacteriegroei mogelijk is en meer afvalstoffen kunnen worden afgebroken. In de natuur zie je geen biologische filters, daar past de bezetting zich aan de beschikbare, reinigende werking van het water aan. Bij onze biologische filters geldt: Hoe lager de waterweerstand in een filter, hoe gemakkelijker we het water kunnen rondpompen. Dit rondpompen is nodig om "vervuild water" aan te voeren en in contact te brengen met de bacteriekolonie in de filter. Een laagweerstand filter staat niet zoals in advertenties vaak wordt beweerd, voor een laag energieverbruik. Dat is iets anders.

 


Niet alleen de weerstand van het filter zelf speelt namelijk een rol maar vooral ook de wijze van aansluiten. Het verschil tussen het aansluiten van een systeem met bochten in plaats van knieën en met grotere leidingdiameters in plaats van kleinere zorgt ervoor dat we per jaar werkelijk een paar honderd euro aan energie kunnen besparen. Dat is logisch roept iedereen! Waarom doen de meesten het dan niet? Het prijsverschil tussen een buis van 50 millimeter diameter en een van 63 millimeter doorsnee ontloopt elkaar nauwelijks. Waarom dan kiezen voor de 50 millimeter met hogere weerstand? Stel dat een grotere diameter op een hele aanleg nu eens 100 euro extra kost, dan is de kans groot dat u deze extra kosten er na een jaar alweer uit hebt. En we weten het, we kunnen het zien, telkens lezen we het weer in een clubblad. Waarom dan toch steeds weer die dunne leidingen? Werkelijk onbegrijpelijk wat hier aan energie (en geld) verkwanseld wordt, maar ook hoe op deze wijze het milieu indirect vervuild wordt.

 


Iets om niet alleen bij de aanleg van de vijver, maar ook later eens over na te denken. Verbeteren van een bestaand systeem loont ook al vaak de moeite. We willen toch graag dat onze kleinkinderen ook nog wat energie overhouden? Natuurlijk willen we dat! Het verbruik van één kilowatt uur levert ongeveer een halve kilo CO2 op en de uitstoot daarvan is iets dat we omwille van het broeikaseffect zoveel mogelijk willen beperken.

 


Als we in een vijver de constant benodigde energiehoeveelheid met 200 watt kunnen terugdringen dan leert een eenvoudige rekensom dat we per jaar zo'n 875 kilo minder CO2 uitstoot hebben en ongeveer 300 tot 400 euro besparen op de energiekosten. Laten we daar met zijn allen eens over nadenken. Achthonderdvijfenzeventig kilogram!! Doe je het niet voor je eigen portemonnee (één watt continu gebruik kost op dit moment al zo'n twee euro per jaar), doe het dan voor het milieu.

 


Keuze van biofilter.

Zorg er voor dat je een filter vooral niet te groot kiest. Het is je reinste geldverspilling met als enige (kleine) voordeel dat de totale waterweerstand mogelijk wat lager wordt. Als je per dag 100 gram voer in je vijver deponeert moet je in principe een biologisch filter hebben dat ook maar de met 100 gram voer gepaard gaande vervuiling per dag kan omzetten. Goed, iets overcapaciteit in verband met toekomstige groei van de bestaande populatie is wel verstandig natuurlijk. Maar ook al heb je een vijverfilter dat wel een kilo voer per dag aan kan, als je 100 gram per dag voert dan heb je bij een ingedraaid vijverfilter alleen maar bacteriën om die 100 gram voer te verwerken en niet één bacterie meer. Gooi je er op een dag tweemaal zoveel voer in, dan is een ammoniakpiek, gevolgd door een nitrietpiek het onvermijdelijke gevolg. Al maak je de biologische filter tien keer zo groot, de beide pieken blijven exact gelijk. De hoeveelheid bacteriën past zich maar zeer langzaam aan een hoger voedselaanbod. Een groot filter betekent dus niet: meer bacteriën. We weten het allemaal en kiezen dan toch weer voor een groter filter. Ook in verschillende koi magazines wordt dit weer eens aangehaald. Maar eerlijk is eerlijk, een groot filter staat wel imposanter voor de buren. Maar ga niet op een vijver van 20 kubieke meter (uitgaande van een normale bezetting) een biologisch filter zetten dat geschikt is voor wel 50 kubieke meter. Koop een filter voor 20 kubieke meter en koop voor het prijsverschil een mooie koi, dan heb je tenminste wat. Een voorbeeld. Neem een klein bio filtertje als de BBF 1,5. Per dag kan dit filter, nadat het is ingedraaid, 250 gram voer aan (met "


reformed" beads zelfs nog 50% meer). Wie gooit er per dag zoveel in? Ik denk minder dan 10% van de koi houders. Met een goede mechanische voorfiltering is de bio capaciteit dan ruim voldoende, want nogmaals, de hoeveelheid bacteriën wordt uitsluitend bepaald door de aan de vijver toegevoegde hoeveelheid voer. Dus in die kleine BBF 1,5 zitten uiteindelijk net zoveel bacteriën als in het allergrootste filter dat er te koop is.

 


Voer.


Naast de noodzakelijke leuke dingen zoals slablaadjes, sinaasappel en vele andere gezonde versnaperingen voor de koi zullen we toch voor een groot deel terugvallen op het standaard voer. Ook hier weer 100 vijvers en 1.000 meningen. Ik heb nog geen enkele advertentie kunnen lezen met slechte eigenschappen van voer en heb nog geen dealer horen zeggen dat je het voer wat hij op de plank heeft niet moet nemen. Mijn koi groeit dertig centimeter in één jaar! Moet dat? Zegt dat wat over het voer?  Is een koi die maar vijf centimeter groeit niet goed? Ik denk dat er in Nederland geen koi dood gaan van de honger, maar dat er duizenden koi dood gaan aan niet juist en/of teveel voeren. Wat is dan juist voeren? Nou, niet een of twee keer per dag maar vele malen kleine beetjes net als in de natuur. Gaat een koi dood aan één of twee keer voeren per dag? Nee dat niet, maar je hebt wel twee keer per dag een hogere ammoniak- en nitrietpiek en daar worden ze niet dankbaar van. Vaker voeren per dag vindt de koi fijner en de biologie en waterkwaliteit wordt beter. Dit resulteert aan het eind in een betere waterkwaliteit.

 


Ik wil er echter één punt uitlichten wat met energie te maken heeft, daar gaat dit artikel uiteindelijk over. We gaan er gemakshalve even van uit dat alle voer getest is en dat alles dat er in moet zitten er ook inzit. Maar hoe wordt het geproduceerd en waarvan wordt het gemaakt? Dat wordt al een veel moeilijker verhaal. De ene gekleurde zak heeft nog een mooier verhaal dan de ander. Een voermerk kan aanprijzen dat het de grootste groei veroorzaakt en de mooiste kleuren op laat komen. Van een goudvis maken we er bijna een tategoi mee als je het allemaal gelooft. Wat echter niemand vertelt, is in welke mate het voer het water vervuilt. Hoe snel de koi het voer opnemen? Hoeveel en wat komt er binnen de kortste keren aan de achterzijde weer uit? Ik heb vijvers gezien met één bak ellende en alleen door overschakelen op een goede voersoort was (pas) na een halfjaar, de ellende over. Tussen de oren? Misschien, maar toen er weer overgegaan werd op hetzelfde oude voer, brak de ellende weer opnieuw uit. Water verversen kost ook geld. Slecht voer kan vijverwater enorm vertroebelen en een voedingsbodem worden voor alg. Dan maken we de UV lamp weer groter en gooien er weer 75 watt of zo er tegen aan. 75 watt gedurende het voerseizoen van ongeveer vijf maanden kost toch weer 270 KWH en dat is toch op jaarbasis weer een energierekening van 50 a 60 euro.


De vijverpomp.

De vijverpomp is de grootste boosdoener in het energieverbruik. Eerst even wat theorie. Vanaf het begin van de vorige eeuw worden er al elektromotoren gebouwd. Naast een scala aan mogelijkheden kwam daar toch de (a)synchrone motor als zaligmakend naar voren. Een simpel en goedkoop te bouwen motor met een aluminium kortsluitring ingebouwd in de rotor voerde vanaf toen, en eigenlijk in exact dezelfde vorm als tot op heden, deze techniek aan. Een motor die prima loopt op ons 220 volt lichtnet met 50 Hz wisselspanning. Goed werkend en met een goede aanloopkoppel maakt het deze techniek overal toepasbaar. Dus ook voor vijverpompen. Waarom veranderen als iets zo goed werkt? Simpel, de nadelen worden steeds groter en groter. Zaken die vroeger totaal onbelangrijk waren voeren sinds de laatste jaren steeds meer de boventoon. De twee belangrijkste zijn wel:

 


1. Een in toerental regelbare pomp. 2.Het rendement.

1. Een in toeren regelbare pomp. % Een in toerental regelbare pomp stelt ons in staat deze exact te kunnen afstemmen op de behoefte die onze vijver vraagt. Overdag laten we, als we dat zouden willen, de pomp bijvoorbeeld wat langzamer lopen en in de nacht wat sneller. Waarom? Omdat de energie met nachttarief beduidend goedkoper is. In de zomer laten we alles lopen zoals we willen en in de winter maar op 10% of iets meer. Dat spaart dus 90% energie in de wintermaanden en alles blijft gewoon werken zoals het hoort. Om vervuiling goed weg te spoelen bij bijvoorbeeld terugspoelen kan de vijverpomp even voluit. Allemaal zaken die bij elkaar het energieverbruik met zeker de helft kunnen terugdringen zonder dat hiervoor maar iets aan comfort hoeft te worden ingeleverd.

2. Rendement. Het rendement slaat op het feit om voor de geconsumeerde hoeveelheid energie uit het stopcontact zoveel mogelijk water te verplaatsen. Hoe hoger de opvoerhoogte hoe minder waterverplaatsing we overhouden. Een lage weerstandfilter met een pomp met weinig opvoerhoogte zegt weinig over het rendement. Men is in het verleden begonnen met het maken van frequentieregelaars voor de bestaande pompen om deze toch wat in toeren te kunnen regelen. Dat was ook het uitgangspunt van deze regelaars. Op zich een goede ontwikkeling, die er toen voor zorgde dat het energiegebruik door het verlagen van het toerental ook wat omlaag kon gaan. Zo kon de pomp beter aangepast worden aan de situatie.

 


Een voorbeeld. Een pomp loopt op 220 volt 50 HZ en neemt 240 watt. Het is hier de frequentie die het toerental bepaalt. Hij draait dan 3.000 toeren per minuut. Met een aantal procenten "slip" komen we op 2.800 toeren. Dit staat ook meestal op het typeplaatje van de pomp. Met een toegevoegde frequentieregelaar brengen we de 50 Hz terug naar bijvoorbeeld 25 Hz. De pomp loopt dus nu het halve toerental, zijnde 1.400 toeren. Echter de slip wordt wel wat groter en bij een laag toerenrental wordt het koppel ook wat minder. Bovendien verbruikt de frequentieregelaar ook een slokje energie. Het resultaat is dat de pomp op 50% (1.400 toeren) loopt met een energieverbruik van ongeveer 65% van 240 watt. Dat is dus nog altijd 156 watt en geen 120 watt zoals u wellicht zou denken. Tot slot geeft de pomp bij het halve toerental ook nog eens minder dan de helft aan water. Op dat moment besparen we toch nog maar liefst 35 % energie en krijgen we iets minder dan de helft aan water. Eigenlijk zouden we 50% aan energie moeten besparen. Toch scheelt het aanzienlijk in de energie, als we de vijverpomp in de winter op halve kracht laten draaien, dit terwijl de waterverplaatsing per liter duurder is geworden. Als we kijken naar het principe van onze de asynchrone motor (alle gewone waterpompen hebben asynchrone motoren) dan ligt het rendement in de praktijk maar op 50 a 55%! Dit betekent dat bij een pomp van 240 watt, 120 watt aan warmte continu de lucht in gaat en er maar 120 watt beschikbaar komt aan de as (oftewel de waaier van de pomp die het water moet verpompen). Veel fabrikanten geven dan ook maar alleen P2 op en niet Pl. Pl is opgenomen vermogen (wat je moet betalen). P2 is afgegeven vermogen aan de as (dat klinkt dus dankzij het slechte rendement lekker weinig). Met andere woorden: Hoe slechter het rendement hoe gunstiger P2 er op het eerste gezicht uitziet. Aan het einde van het jaar wordt je helaas wel afgerekend op het afgenomen vermogen van Pl op je eindafrekening.

 


Daarnaast hebben de wat grotere pompen die droog opgesteld worden, ook allemaal nog eens een extra waaier en heeft de pomp extra koelribben. Die zitten er niet voor het design en voor de sterkte, maar, voor het afvoeren van het verschil tussen Pl en P2, namelijk warmte. Deze pure warmte, die de helft van de verbruikte en dus betaalde energie betreft gooi je in feite dus "gewoon" weg! Plaats je de pomp in de schuur, dan heb je gelijk een, zij het heel dure, vorstbeveiliging. Uitgaande van bovengenoemd voorbeeld van een pomp van 240 watt op een frequentieregelaar besparen we dus 35 % van 240 watt (terwijl we mogelijk dachten dat we 120 watt bespaarden) en daar dan nog maar de helft van, omdat de andere helft als warmte verloren gaat. Van de 240 watt pomp blijft dus 65% = 156 watt over met een rendement van 50%. Aan de as blijft dus maar 78 watt van over. Dat is niet veel meer.

 


De magneetmotor.

Begin tachtiger jaren kwam de magneetmotor op de markt, zij het alleen in de kleinere vermogens zoals bijvoorbeeld de Red Devil pompen. Een pomp met een vaste permanente tweepolige, in verhouding zwakke, ferrietmagneet. Een magneetmotor werkt zoals de dynamo op een fiets (die ook alleen een vaste permanente magneet heeft). Door de magneet rond te draaien via het wiel wordt er energie opgewekt voor de verlichting in de spoel er omheen. Gebruik je hem omgekeerd, dus door een wisselspanning aan de spoel toe te voegen dan zal hij gaan werken als motor. Hij moet alleen een (elektronisch) zetje de goede kant op hebben om te beginnen. De hiervoor gebruikte niet zo sterke tweepolige ferrietmagneten kunnen we alleen gebruiken bij pompen met kleine vermogens en een in het algemeen vast toerental. Toch heeft dit type pomp de laatste jaren al snel een plaats veroverd in de koimarkt omdat het rendement omhoog ging van 50 naar maar liefst richting 65 procent. Dat geeft dus inderdaad een energiebesparing op de bestaande pompen (met 50% rendement), van ongeveer 30 procent! 30% korting op je energierekening is niet niets. Deze pompen worden in het algemeen het meest toegepast in aquaria en andere beschermde omgevingen, waar alleen heel schoon water aanwezig is. Dit vanwege het matige aanloopkoppel.

 


De borstelloze gelijkstroommotor.

Dit was de doorbraak in techniek van de laatste tien jaar. Een type motor dat op dit moment stormenderhand de markt verovert en overal wordt toegepast waar energie bespaard moet worden. En waar is dat nu niet het geval? Een eenvoudig haalbaar rendement tot maar liefst maximaal 94,6 procent! Daarnaast makkelijk in toeren regelbaar van, in ons geval, 300 tot 6.000 toeren. Ook deze motoren werken met permanente magneten in zogenoemde poolparen. Waar de magneetmotor werkt met één poolpaar (één magneet met noord en zuid) werken deze motoren met twee of zelfs vier poolparen. Deze magneten zitten als het ware geplakt op een weekijzeren kern. In elke elektrische fiets, scooter, motorfiets, auto, kortom alles wat op een accu loopt, worden uitsluitend nog dit type motoren ingebouwd. Want hoe hoger het rendement van de motor hoe groter de actieradius en hoe kleiner de accu. De motoren onder deze noemer zijn geen borstelloze gelijkstroommotoren maar worden net als de asynchrone motoren aangedreven met in het begin een blok- en later een sinusvormige golf (een blok met afgeronde hoeken). Dus op een accu wordt er van deze gelijkspanning weer een wisselspanning gemaakt. In deze techniek die al vanaf begin 2000 wordt toegepast worden echter nu de moderne neodymium magneten verwerkt die tot acht maal sterker zijn dan de gewone ferrietmagneten. Geen één poolpaar meer maar twee of zelfs vier poolparen. Dat geeft de mogelijkheid om ook grotere motoren en pompen te maken met heel veel vermogen. Bovendien werd in de loop der jaren de elektronica steeds geavanceerder en werd via square wave (blokgolf) technologie de meer soepel en minder geluid makende "Sine Wave" technologie ingevoerd. Het rendement van de motor werd opgeschroefd tot maar liefst maximaal 94,6%. Dit kan dus alleen gehaald worden met deze Sine Wave technologie. Dat betekent voor ons in de praktijk een motor zonder waaier en zonder verdere koeling want bij deze 240 watt motor wordt nog maar 12 watt in warmte omgezet. Een lawaaimakende en ook opnieuw energievragende waaier is in het geheel niet meer nodig. Heel snel hierna (begin 2010) kwam in een samenwerking met Siemens en Toshiba de nieuwste technologie beschikbaar op de markt genoemd "True Sine Wave", een techniek die verwerkt is in de nieuwe "Blue Eco". Hiermee is het dan ook geen borstelloze gelijkstroommotor meer, maar een motor met een achtpolige magneetrotor, die met een geregelde zuivere wisselspanning in een draaiveld wordt aangestuurd. Een ingewikkeld verhaal voor de liefhebber dus vergeet het maar gauw. Dit is op dit moment een stille revolutie, die met name in de autotechniek en aandrijftechniek wordt toegepast. Waarom? Het grootste nadeel was tot voor kort altijd nog: Het koppel. Of anders gezegd: Hoe snel trekt hij op? Dit koppel is met deze vijfde generatie techniek gebracht op en boven het niveau van onze oude vertrouwde synchrone motoren.

 


Dus met deze nieuwe techniek is ook tegemoet gekomen aan het moeilijker opstarten met een "laag koppel". We kunnen nu zonder gevaar de pomp laten werken bij een laag toerental en toch een "hoog koppel". Draadalgen of andere vuilblokkades vormen nu over het gehele gebied weinig problemen meer.

 


Gebruiken we weer ons voorbeeld dan kunnen we onze pomp van 240 watt eenvoudig vervangen door een pomp met een vermogen van 120 watt. Geen beperkingen meer in vermogen want deze techniek levert pompen van minimaal 100 Watt en zelfs automotoren van 50 kilowatt en hoger. Nu komt echter het bijkomende voordeel dat bij het verminderen van het toerental van deze motoren het rendement precies even hoog en het aanloopkoppel over het hele gebied ook gelijk blijft. We nemen nu dus eenvoudig een pomp van 240 of 500 of 900 watt en stellen hem in op onze waterbehoefte. In ons voorbeeld neemt hij dan weer gewoon 120 watt en we krijgen de waterhoeveelheid behorend bij deze 120 watt. Dit vermogen valt meestal op de display direct af te lezen. Dat is pas een goed gevoel als je even wat meer water wilt hebben in het voorjaar of tijdelijk voor een fontein, of versneld wilt doorspoelen of schoonmaken. Even iets harder laten werken en gauw weer terug naar die energiezuinige 120 watt. Een aardige bijkomstigheid is dat wanneer de aanzuigzijde of de druk van de pomp wat meer weerstand gaat vertonen omdat het filter meer verstopt raakt de pomp minder hard hoeft te werken. Dan gaat het vermogen in principe achteruit. Echter volautomatisch regelt de software standaard dan het toerental weer wat omhoog gaat, zodat de pomp dezelfde hoeveelheid water blijft leveren en het opgenomen vermogen dus gelijk blijft.

 


Aan het toerental kunnen we nu precies aflezen of het tijd is om de filter te reinigen. Ook kunnen we nu in de winter deze voorbeeldpomp terug regelen naar bijvoorbeeld 24 watt, dat is slechts 1/10 van het maximaal beschikbare vermogen. Dit kan dus ook niet bij de oude bestaande pomp met een frequentieregelaar. Deze neemt dan nog meer dan 100 watt, met grote kans op vast gaan zitten vanwege de gereduceerde koppel. Er zijn inmiddels frequentieregelaars die ook het koppel wat kunnen verhogen maar die kosten evenveel als een hele nieuwe vijverpomp.

 


Samengevat...

 


Bezint eer gij begint. Maak naast het ontwerp van een vijver ook een energieplan voor diezelfde vijver. Houdt niet alleen rekening met je eigen portemonnee vanwege de energiebesparing, maar ook met het milieu en de CO2 uitstoot. Kies voor energiezuinige pompen, grote diameters leidingwerk en bochten in plaats van knieën. De vijveraanleg is maar eenmalig, de energierekening komt jaarlijks weer terug en reken er maar op dat die kosten elk jaar zwaarder gaan wegen. Toch hoor ik vaak de stelling: "Ja maar ik heb net een nieuwe pomp gekocht, dus voor mij geldt het nu even niet". Dan mag je het milieu dus rustig jarenlang verder belasten en vele tonnen extra CO2 de lucht in jagen? Voordeel hiervan is natuurlijk dat we op termijn geen vijververwarming meer nodig hebben vanwege de opwarming van de aarde zelf. Maar of dat nu de juiste weg is? Wat we toch ook niet mogen vergeten is onze eigen portemonnee, want zo'n regelbare pomp verdient zich zelf alleen al aan energie snel weer terug en met je oude pomp ben je na een aantal jaren nog steeds net zo ver. Met een goede investering snijdt het mes dus aan twee kanten. Als onze auto 1 op 12 loopt en we kunnen hem inruilen voor eenzelfde die net zo hard loopt, maar wie koopt er nu vandaag de dag nog een Hummer? Wie koopt er nog energieverslindende gloeilampen die langzaam maar zeker zelfs door de overheid verboden gaan worden? Probeer nog maar eens een 100 watt gloeilamp te kopen. Niemand doet dat meer, want dat is asociaal (vinden we nu). Echter met pompen en andere techniek om de vijver, die een veelvoud verbruiken van wat nodig is, doen we het dus gewoon nog wel. Laten we onze hobby niet uit handen laten nemen en er voor zorgen dat we gereed zijn voor de toekomst... Laten we een rubriek maken in ons magazine voor energiebesparende ideeën. Ik doe graag mee. Kunnen we naast het bouwkundig aanleggen van een vijver ook eens een energieplaatje onder de loep nemen, want dat is iets dat ik steeds weer mis.

Nooit uit het oog verliezen:

Elke waterbeweging, groot en klein, kost geld! Een energiezuinige pomp is dus geen overdreven investering, eerder een must.              Tekst: Bert Schuldink